Citroen busje te koop: tweedehands en nieuw

Citroen busje

Citroën busje

Wie Citroën busje zegt, denkt direct aan de beroemde HY, de bestelauto met de gegolfde wanden, die het nu nog steeds goed doet als camper of foodtruck. Maar de eerste, echte Citroën bestelauto was de TUB, die van 1937 tot 1946 werd gebouwd. De roemruchte opvolger, de HY, werd aansluitend tot 1981 gebouwd.

TUB en HY

Wat de TUB (Traction Utilitaire, type B) en de HY bijzonder maakte, was Citroëns basisgedachte, die ook voor de beroemde 2CV (de 'eend') gold: maak een eenvoudig Citroën busje met goede rij-eigenschappen, dat veel kan vervoeren voor weinig geld. Citroën zag dat er behoefte was aan een dergelijk vervoermiddel in een periode dat men op het Franse platteland met name met paard en wagen reisde. Om goederen te vervoeren werden kleine, stugge vrachtauto's met een hoge, meestal open, laadbak gebruikt.

Gesloten bus

De TUB en HY maakten daar een eind aan met een volledig gesloten bus die zeer goed toegankelijk was door de openslaande achterdeuren en een schuifdeur in de zijwand. Dankzij de voorwielaandrijving ontstond een vlakke, lage laadvloer die een doorloop vanuit de cabine had. Doordat de motor in de cabine was geplaatst, ontbrak de lange neus, zoals bij de kleine camions, waardoor de compacte bestelauto toch zo'n 850 kg kon vervoeren.

Traction

Voor de techniek leunden de TUB en HY zwaar op de succesvolle personenauto 7CV, beter bekend als de Traction Avant. De hele aandrijftrein kwam rechtstreeks uit de Traction waardoor het mogelijk was om met betrekking tot de rest van het busje eigenlijk alles uit te halen wat mogelijk was. Dat gebeurde ook: af-fabriek is de HY gewoon een Citroën busje, maar na wat zaag- en laswerk door lokale carrosseriebouwers kan de auto worden verbouwd tot marktverkoopwagen, kampeerwagen, veevervoer, politiebusje, etc. Dat was allemaal mogelijk, want door het stugge rijgedrag van het Citroën busje, kon er zelfs met drie wielen gereden kon worden. De HY werd eerst geleverd met een 7-PK motor (uit de Traction) die via een drie gangen versnellingsbak de voorwielen aandreef. Later kwamen er een 9CV en een 11CV motor in, die rond de 1200 kg kon vervoeren. In de jaren zestig kwam er zelfs een diesel-versie uit (Perkins) en verdween de staande balk in de voorruit. Ook werd de piepkleine verlichting nog gemoderniseerd, maar in 1981 rolde de laatste van de 473.289 exemplaren van de lopende band.

De C-serie

De officiële opvolgers van de HY waren de C25 en de zwaardere C35 (met de C32 als kleine broer). De C35 kwam in 1974 op de markt en heeft dus een tijdlang naast de HY gestaan. Deze nieuwe bestelauto's hadden hetzelfde concept als de HY: een bestaande techniek (dit keer uit de Citroën DS), voorwielaandrijving, redelijk comfortabel, goed weggedrag en veel laadruimte die uitstekend toegankelijk was. Alleen; de C-serie was niet meer de eerste en enige in zijn segment. Om de ontwikkelings- en productiekosten te drukken werd dit Citroën busje gebouwd in nauwe samenwerking met Fiat en Peugeot. Van de C25 zijn er zelfs nog varianten gemaakt voor Alfa Romeo (AR35) en Talbot (Express). Door zijn standaard sta-hoogte is de C-serie nog steeds in trek als (zelfbouw)kampeerauto.

Berlingo

Citroën verraste in 1997 de bestelautomarkt met de Berlingo (Peugeot Partner): een rappe besteller met tot 500 kg laadvermogen en de rij-eigenschappen van een personenauto. Met de Berlingo was Citroën opnieuw trendsetter voor dit segment bestelauto's, die vooral in steden worden ingezet voor distributie, eigen vervoer van winkeliers en als auto voor technische diensten of in de bouw.

Jumper

De C35 is in 1994 vervangen door de huidige Jumper, die ook door Sevel in Italië wordt gebouwd. Sevel is de samenwerking tussen PSA (Citroën en Peugeot) en Fiat. Het verschil tussen de huidige Jumper en de oorspronkelijke HY kan niet groter zijn: van drie naar zes versnellingen met vermogens tussen de 100 en 157 PK en een rijcomfort dat nauwelijks onderdoet voor dat van een personenauto. Een ding blijft uniek: de auto blijft eenvoudig aan te passen, waardoor het aantal varianten in principe onuitputtelijk is.